U bevindt zich hier: De Rank » Anti pestprotocol

ANTI-PESTPROTOCOL    

Doel van dit anti-pestprotocol

 

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. De school zet middels de Kanjerlessen in op het versterken van het onderling vertrouwen en het besef dat het goed is elkaar te helpen. Binnen dat kader speelt niemand de baas, hebben we plezier met elkaar, en ben je of blijf je niet zielig. Duidelijk wordt gesteld dat leerlingen ten opzichte van elkaar niet de baas zijn. De leerkracht daarentegen is op school ‘de baas/het gezag’ en de ouders zijn dat thuis.
Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen van onze school in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan
Door regels en afspraken vast te leggen en zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken

We vertrouwen elkaar
We helpen elkaar
Niemand speelt de baas
Niemand lacht uit
Niemand is of blijft zielig

Leerkrachten en oudergeleding (MR)  van onze school onderschrijven dit protocol.

 

 

Pesten of plagen….?

 

Een school is een gemeenschap waar kinderen en volwassenen met elkaar leren, met elkaar leven en met elkaar werken. Meestal gaat dat goed, maar af en toe kan dat ook problemen geven. Kinderen worden geplaagd of –en dat is ernstiger- ze worden gepest. Hoewel plagen ook heel vervelend is en er zeker ook adequaat gereageerd, dan wel gehandeld moet worden, is dat veelal incidenteel. Pesten daarentegen heeft vaak een min of meer structureel karakter.

 

Pesten is een verschijnsel dat zich voordoet op alle plaatsen in onze samenleving waar mensen –en dus ook kinderen- met elkaar leven en met elkaar werken. Pesten gebeurt per definitie achter de rug van degene die kan ingrijpen, zoals een vader/moeder, juf of meester. Dat betekent dat er goed moet worden samengewerkt tussen school en ouders enerzijds en dat kinderen moet worden geleerd hoe zij kunnen aangeven dat zij zich gepest voelen, of merken dat er in hun omgeving wordt gepest.

 

Pesten komt voor in veel verschillende vormen. De bekendste vormen zijn: uitlachen, bedreigen, chanteren, eigendommen wegnemen, beschadigen of verstoppen. Maar ook buiten sluiten, overslaan, niet mee mogen doen aan een bepaalde activiteit of alleen mogen meedoen of meespelen onder bepaalde voorwaarden, kunnen onderdelen zijn van pesten.

 

Er zijn verschillende partijen betrokken bij het pesten. In de eerste plaats natuurlijk de gepeste en de pester. Maar ook de (zwijgende) omstanders zijn bij het pesten betrokken, soms actief en soms passief. Verder spelen leerkrachten en ouders een belangrijke rol.

 

Om te zorgen dat het pesten op school vermindert of stopt hebben we op school gekozen voor een vijfsporenaanpak. Dit houdt in dat er tegelijkertijd aandacht is voor, en activiteiten zijn gericht op:

 

De gepeste
De pester
De groep
De leerkracht(en)
De ouders

 

Omdat bij pesten kinderen blijvende psychische en fysieke schade kunnen oplopen is het van belang dat hierover met elkaar duidelijke afspraken worden gemaakt en dat de partijen elkaar ook kunnen aanspreken op het naleven van die afspraken. Als een conflict zich tussen kinderen afspeelt dan zal de school kiezen voor een oplossingsgerichte aanpak.

 

Deze afspraken zijn opgenomen in dit Pestprotocol. Verschillende afspraken, maar ook regels, zijn in de verschillende groepen met de kinderen besproken en ook opgenomen in de groepsmappen. Het protocol omvat ook een stappenplan, waarin procedures zijn vastgelegd.

 

 

 

Pesten op school, hoe gaan we daar mee om?

 

Pesten  komt helaas op iedere  school voor, ook op onze school. Het is een probleem dat wij, als schoolteam, onder ogen willen zien en dat wij op onze school serieus willen aanpakken. Daaraan zijn wel enkele voorwaarden verbonden.

Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, de pesters en de zwijgende groep), de leerkrachten en de ouders.
De school moet uiteraard proberen om pestproblemen te voorkomen. Los van de vraag of pesten wel/niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar gemaakt worden. Op school wordt gebruik gemaakt van de methode ‘de Kanjertraining’. In het leerlingvolgsysteem  wordt 1x per jaar voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van alle leerlingen een signaleringslijst ingevuld. De intern begeleider coördineert dit en bespreekt de uitkomsten hiervan met de leerkrachten.
Als pesten voorkomt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en daarin duidelijk stelling nemen.
Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen toch weer voorkomt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

 

 

Pesten en omgaan met elkaar

 

Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, de rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. komen aan de orde komen tijdens de Kanjerlessen. De Kanjertraining richt zich op meer dan pesten alleen. Kinderen leren om te gaan met vervelend gedrag van een ander. Kinderen die zich misdragen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en hun verlangen het goede te doen.

 

De rol van de leerkracht en van de ouders in de thuissituatie is ook van groot belang. Er zal minder worden gepest in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies uitgesproken worden en niet met geweld worden opgelost. Agressief gedrag van leerlingen, leerkrachten en van ouders wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten behoren duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke zaken.

 

Een effectieve methode om pesten te stoppen, is het afspreken van regels door leerkrachten en leerlingen. Regels, die zijn besproken en vastgelegd, zullen van tijd tot tijd opnieuw naar voren moeten worden gebracht om te voorkomen dat ze op de achtergrond raken of (misschien) vergeten worden

 

Welke aspecten van pesterijen kan een leerkracht in de klas signaleren:

Een klasgenoot krijgt voortdurend ergens de schuld van
Er worden briefjes doorgegeven
Er worden beledigende of vervelende opmerkingen gemaakt over een kind
Er worden kinderen buitengesloten, geïsoleerd van de groep
Er wordt (altijd) een bijnaam gebruikt en nooit de eigen naam
Er worden bezittingen afgepakt, vernield of ontvreemd
Er worden kinderen na schooltijd opgewacht of achtervolgd

 

NB: Deze lijst is niet volledig en kan ongetwijfeld worden aangevuld met andere signalen van pesterijen.

 

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Ook ouders hebben dus de verantwoordelijkheid om een pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen: het is niet de bedoeling dat ouders andermans kind een lesje gaan leren, met het doel de problemen voor het eigen kind op te lossen. Bij problemen van pesten of agressie zullen de leerkracht, directie en ouders hun verantwoordelijkheid nemen en overleg voeren met elkaar, met het doel een goede oplossing te vinden die ook in de toekomst houdbaar is.

 

 

Aanpak van ruzies en pestgedrag in vier stappen

 

Stap 1: wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten, proberen zij het probleem eerst zelf op te lossen
Stap 2: Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (en wellicht verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht om het probleem aan de meester of juf voor te leggen. We noemen dit in de klas niet ‘klikken’.
Stap 3: De leerkracht brengt beide partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterij op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Stap 4: bij herhaaldelijk ruzie- of  pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling. De fases van ‘bestraffen’ treden in werking. De ouders worden op de hoogte gebracht van het pestgedrag. Er wordt een aantekening gemaakt in het leerling dossier (Parnassys). Ouders en leerkrachten proberen in goed overleg samen te werken aan een goede oplossing voor het probleem. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt en de afspraken worden vastgelegd en door ouders en school ondertekend. Het verslag wordt bewaard in het leerlingendossier.
Stap 5: indien ouders/school handelingsverlegen zijn of onvoldoende de ernst van de situatie inzien, wordt een beroep gedaan op schoolmaatschappelijk werk.

 

 

Consequenties

 

Het is van groot belang dat een leerkracht duidelijk stelling neemt in deze problematiek. Dat geeft duidelijkheid naar alle betrokkenen. Stelling nemen betekent ook dat de leerkracht sancties kan opleggen / kan straffen.

         

  Fase 1: de school (leerkracht, intern begeleider, directie)

Één of meerdere pauzes binnenblijven, waarin de leerling een bepaalde (verplichte) activiteit moet verrichten
Nablijven tot alle kinderen vertrokken zijn
Een schriftelijke opdracht maken over de toedracht en zijn/haar rol in het probleem
Door een gesprek bewustwording bewerkstelligen, zodat de pester begrijpt wat hij/zij de gepeste aandoet
Afspraken maken met de pester over gedragsverandering. Hierbij krijgt de pester een verantwoordelijkheid: hoe gaat hij/zij bij zichzelf iets veranderen en hoe herstelt hij/zij het verdriet dat hij / zij heeft aangericht.

NB. De school is in eerste instantie de leerkracht. Hij / zij werkt in nauw overleg samen  met evt. duo leerkracht. Intern begeleider, coördinator kanjertraining en  directie worden op de hoogte gesteld van bovenstaande problematiek. Zij hebben een adviserende rol.  Binnen het team wordt deze problematiek besproken, zodat iedereen op de hoogte is. Met name tijdens de pauzes / overblijven kan de pleinwacht op deze manier extra alert zijn.

 

Fase 2: de ouders

Als voorgaande acties niets uithalen volgt een gesprek met de ouders. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. Hierbij gelden een aantal regels:

De ouder behoudt zijn zelfbeheersing. Dit betekent dat hij / zij het recht niet heeft andermans kind, een andere ouder of een leerkracht verbaal of fysiek aan te vallen
De ouder spreekt in positieve zin over andermans opvoeding en andermans kind.
Als ouders zich zorgen maken om het welzijn van hun kind, of het welzijn van andermans kind, dan bespreken zij dit met school. Uitgangspunt is daarbij dat er in  het gesprek een oplossing wordt gezocht die goed is voor alle partijen /kinderen.
Ouders zijn op de hoogte van het verschil tussen overleg waarin zorg wordt gedeeld / oplossing wordt gezocht en kwaadsprekerij / achterklap.

 

In gesprek met kinderen en ouders wordt de voorwaarde gehanteerd dat binnen de kaders van de Nederlandse wetgeving veel mag, zolang je rekening met elkaar houdt. Jij hoeft je niet onveilig te voelen door het gedrag van de ander, en die ander hoeft zich niet  onveilig te voelen door jouw gedrag.

De school maakt onderscheid tussen onvermogen en onwil.

Is er sprake van onvermogen, dan mag deze leerling erop vertrouwen dat hiermee rekening wordt gehouden. Deze leerling heeft veel te leren in een moeizaam proces. De omgeving heeft daar begrip voor. Is er sprake van onwil, dan krijgt deze leerling een grens gesteld, ook als dat samengaat met onvermogen. Bij onwil kan geen beroep meer worden gedaan op begrip vanuit de omgeving. Die rek is eruit. Het kan namelijk niet zo zijn dat de omgeving overal rekening mee moet houden en dat het onwillige kind om wat voor reden dan ook ‘de eigen gang’ mag gaan.

 

Fase 3: externe hulp

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld. Bijvoorbeeld schoolarts, schoolmaatschappelijk werk, ambulante begeleiding Sbao (Speciaal Basisonderwijs) / SO (Speciaal Onderwijs).

 

Fase 4: de school, de ouders, het bestuur

Bij aanhoudend pestgedrag kan de leerling binnen de school (tijdelijk) in een andere groep geplaatst worden. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden. Een en ander geschiedt in nauw overleg met het bestuur van de VCO.

Ook  het protocol schorsen / verwijderen kan  gestart  worden.

 

 

Afspraken / acties van leerkrachten / school naar ouders

 

De leerkracht heeft een gesprek met de ouders van het gepeste kind. Dit betekent:

 

Ouders informeren en horen over het probleem
Vergroten van inzicht en bespreken van mogelijke achtergronden. Hierbij worden de regels in de klas/school als uitgangspunt genomen.
Duidelijkheid krijgen over de omvang en de feiten
Op grond daarvan: vervolgstappen vaststellen, nemen

 

 

De leerkracht heeft een gesprek met de ouders van het pestende kind. Dit betekent:

 

Ouders op de hoogte stellen van het probleem
Vergroten inzicht, bespreken van mogelijke achtergronden
Duidelijkheid verschaffen over omvang/feiten
Op grond daarvan: vervolgstappen vaststellen, nemen

 

 

De leerkracht overlegt met IB-er / directie over vervolgstappen. Dit betekent:

 

Wat gaat de leerkracht er verder in de groep aan doen
Moet de IB-er iets met gepeste, pester of groep doen
Op grond van bovenstaande: vervolgstappen vastleggen

 

De leerkracht houdt een tweede gesprek met de ouders van de direct betrokkenen. Dit betekent:

 

Ouders op de hoogte brengen van plan van aanpak
Doornemen van de maatregelen
Bespreken van eventuele ondersteunende actie door ouders van beide leerlingen
Vervolgafspraken maken

 

Leerkracht maakt van bovenstaande stappen een verslag / notitie in Parnassys ( leerling administratiesysteem ) bij de desbetreffende leerlingen.

 

 

Afspraken en /of acties van ouders

 

Als ouders de indruk hebben, dat hun kind minder graag naar school gaat of vage klachten heeft, nemen zij contact op met de leerkracht. Dit betekent:

 

Stel de leerkracht hiervan op de hoogte
Neem kennis van visie en ideeën van de leerkracht
Overleg over het wel / niet ondernemen van actie en praat over de gewenste actievorm.

 

Als ouders de indruk hebben, dat hun kind gepest wordt, zelf pest of dat er in de groep van hun kind gepest wordt, nemen zij dat serieus. Dit betekent:

 

Stel de leerkracht hiervan op de hoogte.
Bespreekbaar (proberen) te maken bij eigen kind
Zo objectief mogelijk naar het verhaal van eigen kind luisteren
Stelling nemen tegen pestgedrag

 

 

Ouders werken mee aan een door school voorgesteld overleg en aan een, met de school besproken, plan van aanpak. Dit betekent:

 

Ouders zijn bereid het pestgedrag aan te pakken en te stoppen
Er moet sprake zijn van een open en reële houding naar school en naar het kind.

 

Februari 2015